In mijn bijdrage op deze website “Het leed dat Projectmanagement heet” van 24 december 2010 heb ik betoogd dat geloof in de plaats dreigt te komen van wetenschap. En om misverstand te vermijden: …dit geldt niet alleen voor beroepsbeoefenaren, maar ook wetenschappers zijn vaak ware gelovigen. Denk maar aan de economen die rotsvast vertrouwen op de voordelen van de vrijemarktwerking in de sectoren zorg, openbaar vervoer en energie, zonder dat dit op enig onderzoek is gebaseerd (Moerman & Brouwer, 2005). En zie de gevolgen. Denk ook aan de klimatologen die ervan overtuigd zijn dat CO2-uitstoot de oorzaak is van de opwarming van de aarde, terwijl er ook aardig wat onderzoek op andere oorzaken wijst (Rörsch, 2008).
Waar het in mijn bijdrage en de reacties op neer kwam: de kloof tussen wetenschap en de praktijk in ons vakgebied is te groot. Ik geef een vrije samenvatting.
1. Er worden veel meningen verkondigd zonder een (wetenschappelijk) gefundeerde basis daarvoor.
2. Er is veel te weinig (kwantitatief en kwalitatief) wetenschappelijk onderzoek in ons vakgebied.
3. Wetenschappers publiceren in media die de beroepsgroep niet leest.
4. Mede als gevolg daarvan wordt het weinige onderzoek dat er wél is nauwelijks door beroepsbeoefenaren gelezen.
5. De praktijk reikt de wetenschap geen relevante onderzoekagenda aan.
Hoe kan dit beter? Daar probeer ik hier een bijdrage aan te leveren. Ik zie drie wegen:
1. Beter/vaker kennis nemen van het weinige onderzoek dat er is. Ik geef voorbeelden.
2. Beter/vaker kennis nemen van wetenschappelijk onderzoek buiten ons vakgebied en ook daar geef ik voorbeelden van.
3. Ik doe suggesties voor een onderzoekagenda voor de wetenschap.
Onderzoek in ons vakgebied
J.A. De Bruijn e.a.: Grote projecten. Besluitvorming & Management. Samsom, 1996. Case study.
Een groot aantal hoogleraren van verschillende universiteiten beschrijven een aantal grote projecten (o.a. de Dijkverhoging, Betuwelijn, uitbreiding Schiphol, project fraudebestendig paspoort) en geven lessen voor projectleiders. Ik noem: ontwerp en onderhoud een duidelijke besluitvormingsstructuur, neem een bescheiden doch betrouwbare en consistentie positie in en beheers niet alleen het project, maar vooral ook de legitimiteit van het project (heet nu business case).
Hans Vrolijk: Methoden en regels voor projectplanning: een toepassing van beslissingsondersteunende systemen. University of Groningen, 1996. Proefschrift, case study.
Hij trekt heldere conclusies en ontwikkelt regels voor het hanteren van kennissystemen. De volgende conclusie klinkt als een open deur, maar is nog steeds actueel: “De neiging om te standaardiseren op een methode en een invalshoek leidt tot een enorme verstarring”.
Teun van Aken: De weg naar projectsucces. Eerder via werkstijl dan via instrumenten. Lemma, 1996 (4e druk Van Haren Publishing, 2009). Proefschrift, kwantitatief steekproef onderzoek.
Enkele van de belangrijkste uitkomsten. Projectsucces moet niet worden gedefinieerd als het op tijd en binnen budget realiseren van de vooraf gestelde resultaten maar als de tevredenheid van de belanghebbenden bij de verschillende projectresultaten. Het IPMA heeft (eindelijk) in 2007 deze definitie overgenomen. Voorts: hoe meer management instrumentarium (nu tools genoemd) worden ingezet om een project te beheersen, hoe minder succes. Succes is vooral afhankelijk van de stijl van werken van de projectleider en zijn team.
Alfons van Marrewijk e.a.: Exploring organisations. The development of organisational anthropology in the Netherlands. SWP Publishers, 2005. Case study.
Bedrijfsantropologen van de VU bestudeerden een groot aantal projecten, waaronder de HSL-Zuidlijn. Belangrijkste conclusies: de culturele verschillen tussen de verschillende partijen in grote projecten worden niet gezien en zeker niet in samenwerking overbrugd. Railsleggers en bovenleidingaanleggers staan mijlenver van elkaar af, om maar een enkel voorbeeld te noemen. (Zie ook Van Marrewijk, 2009, en een interview met hem door Roel Riepma, 2010a).
Peter Kamminga: Towards effective governance structures for contractual relations. Universiteit van Tilburg, 2008. Proefschrift, case study.
Hij schets een nieuw juridisch kader voor betere samenwerking en conflicthantering in de bouw. Contracten worden vaak zo opgesteld dat speelruimte voor de participanten te beperkt wordt. Hij ziet wel wat in een gedragscode als onderdeel van het contract, zodat een handleiding voor samenwerking ontstaat in plaats van een strak juridisch kader.
Robert van Wessel: Realizing business benefits from company IT standardization. Universiteit van Tilburg, 2008. Proefschrift, (omvangrijke) case study.
Het betreft een onderzoek op het nog onontgonnen terrein van de effecten van IT standaardisatie voor de bedrijfsvoering. Hij beschrijft onder meer dat positieve effecten alleen kunnen worden bereikt als lijnmanagement goed weet wat ze wil bereiken en actief betrokken blijft bij het project. Hij ontwikkelde een management-raamwerk om de beoogde zakelijke voordelen van IT zo goed mogelijk te kunnen realiseren.
Eddy Westerveld & Marcel Hertogh: Spelen met complexiteit. Universiteit van Tilburg, 2010. Proefschrift, case study.
Op basis van de bestudering van een aantal complexe projecten in Europa, waaronder de HSL-lijn (al weer), de Betuwelijn (al weer) en de aanleg van de A73 concluderen de auteurs: complexiteit wordt onvoldoende onderkend, er is sprake van verkokering van deskundigheden en het accent ligt teveel op de techniek. De politiek krijgt als aanbeveling zich er na de opdrachtverlening niet meer mee te bemoeien (mijn woorden) en projectleiders moeten snappen dat beheersing een illusie is.
J. Koppenjan: Omgevingsmanagement: een meervoudige opgave. EUR, 2010. Literatuurstudie (te vinden op http://hdl.handle.net/1765/22087 ).
Een turbulente omgeving kan resulteren in late scopewijzigingen, hoogoplopende kosten, voortgaande discussies over nut en noodzaak zelfs tijdens de uitvoering, etc., precies dat wat projectmanagement probeert te vermijden. Door de omgeving nadrukkelijk te organiseren en alle belanghebbenden van meet af aan bij het project te betrekken wordt steun en vertrouwen opgebouwd, waardoor de projectrealisatie makkelijker verloopt.
Als ik bovenstaande overzie dan valt me op dat er over infrastructurele projecten relatief veel wetenschappelijke kennis bestaat. Gegeven het feit dat in die sector projecten al tientallen jaren niet goed verlopen, wordt hier de kloof tussen praktijk en theorie wel heel erg duidelijk. En uiteraard is dit alleen wat ik ken en beslist geen representatieve steekproef van de aanwezige wetenschappelijke kennis in ons vakgebied.
Onderzoek buiten ons vakgebied
J.A.M. Vennix e.a.: Group modelbuilding to facilitate organizational change. In System Dynamics Review, nr. 12, 1996. Een verkennende studie.
Group modelbuilding is een methode die uitgaat van het overtuigende bewijs uit veel onderzoek, dat mensen hun werkelijkheid voortdurend (re)construeren. Deze methode past in de participatieve onderzoeksmethodologie. Bij group modelbuilding construeren deelnemers in een laboratorium situatie de gewenste nieuwe organisatie. Pas daarna wordt gezamenlijk een proces ontworpen dat uitgaat van het idee dat “het pad ontstaat door het te bewandelen” (mijn woorden). (Zie ook Vennix, 1998)
Michiel Schoemaker: Tussen slavernij en anarchie. Katholieke Universiteit, Nijmegen, 1998. Proefschrift, casestudy
Het is studie naar de contractrelaties tussen groepen mensen bij organisatieverandering. Belangrijkste conclusies: uitwisseling en opbouwen van gezamenlijke waarden en normen, vertrouwen en leiderschap zijn kritieke succesfactoren en geplande verandering werkt niet. (Zie ook Schoemaker, 2003)
Willem Mastenbroek: Resultaten Nationaal Onderzoek Verandermanagement. Gepubliceerd op www.managementsite.nl 24 november 2004. Kwantitatief onderzoek.
Ik noem de voor projectmanagers (wat mij betreft) belangrijkste conclusie: hoe hoger organisaties op én sturing én eigen verantwoordelijkheid scoren, hoe groter de kans dat sturing door leidinggevenden effectief is en hoe groter de kans dat medewerkers hun eigen verantwoordelijkheid voor de verandering ook werkelijk oppakken.
Marcel Quanjel e.a.: Crisislab: Simuleren en verbeteren van crisismanagement. In Opleiders in Organisaties, 30 juni 1997. Spelsimulatie.
Spelsimulatie is een participatieve onderzoeksmethode, verwant aan group modelbuilding, waarin een crisis die voorbij is wordt gesimuleerd om daaruit lessen voor de toekomst te trekken. Een voorbeeld: de watersnood in Groningen 1997. Alle betrokken belanghebbenden (en dat zijn er heel wat) worden bij elkaar gebracht en met behulp van schaalmodellen, tekeningen, kaarten etc. wordt de crisis nagespeeld. Het IVA te Tilburg gebruikt de methode Spelsimulatie veelvuldig om projecten voor te bereiden.
Interactieve Beleids Ontwikkeling, Community Planning
Met name in projecten voor stadsvernieuwing, wijkontwikkeling e.d. wordt steeds meer gewerkt vanuit de gedachte dat je geen draagvlak moet creëren voor oplossingen, maar voor de problematiek. Niet eerst een projectontwikkelaar en/of een architectenbureau een ontwerp laten maken en dan inspraakrondes met altijd heel veel gedoe. Nee, eerst toekomstige bewoners van een te renoveren wijk (bij wijze van voorbeeld) bij elkaar halen, hen deelgenoot maken van de noodzaak tot herbouw/renovatie (wisten ze vaak al) en dan met hen aan de slag om als het ware de ontwerpcriteria te verzamelen. Daarna het architectenbureau en vervolgens gaan de bewoners niet schieten op het ontwerp, maar kijken wat ze herkennen. En ze beseffen heus wel dat niet iedereen al zijn wensen gehonoreerd krijgt. De dwarsligger wordt nu door de participanten gecorrigeerd: “Kom op Piet, kijk niet naar waar je je zin niet krijgt, maar naar wat we met zijn allen wel krijgen”.
Ik ken geen wetenschappelijk onderzoek naar deze methoden, maar er zijn wel beschrijvingen van uitgevoerde projecten te vinden. Het meest duidelijke en aansprekende voorbeeld is te vinden op www.bergerhofrenkum.nl. (Zie ook een interview met de projectleider Floris Schrijvers door Roel Riepma, 2010b). Volgens mij is deze participatieve methode voor zeer veel projecten te gebruiken.
De Projectmanagement Onderzoekagenda
Aan het slot van dit artikel noem ik de onderwerpen, waarvan ik vind dat die op de onderzoekagenda voor de wetenschap moeten komen. Ik noem vooral die onderwerpen waar, voor zover ik dat overzie, nog geen enkel onderzoek naar is gedaan, terwijl de praktijk en de beroepsverenigingen in ons vakgebied daar wel nadrukkelijke opvattingen over hebben en daar vaak veel tijd en geld aan besteden. Ik houd het bij een eenvoudige opsomming, met een korte toelichting.
1. De relatie tussen persoonscertificering en projectsucces, en de verklarende dan wel interveniërende variabelen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen worden gedaan voor de certificeringsniveaus van IPMA. Dit zou dan wat mij betreft een kwantitatief explorerend (liefst toetsend) onderzoek moeten zijn.
2. De relatie tussen persoonscertificering en kwaliteit van het projectproces, en de verklarende dan wel interveniërende variabelen (zie verder het vorige punt).
3. De relatie tussen het gebruik van PRINCE2 en projectsucces. Wat belemmert dan wel bevorderd het realiseren van projectsucces. Kan worden beschreven bij welk soort projecten welk geheel of gedeeltelijk gebruik van PRINCE2 leidt tot succes. Een redelijk uitvoerige case study lijkt mij.
4. Het is meer dan nuttig dat ditzelfde wordt gedaan voor het gebruik van allerlei ‘tools’ die favoriet zijn in de beroepsuitoefening.
5. De oorzaken van het veelvuldig mislukken van (vooral grote) ICT-projecten. En dan uiteraard ook de oorzaken achter de oorzaken en de verklarende variabelen. Een case study dus.
Tean van Aken
Overige genoemde literatuur
- Alfons van Marrewijk: Gezamenlijke cultuurverschillen. Inaugurele rede, 14 mei 2009, Vrije Universiteit, Amsterdam.
- Piet Moerman & Jan Jaap Brouwer: Angelsaksen versus Rijnlanders. Garant-Uitgevers, 2005
- Roel Riepma: Crosscultureel samenwerken in complexe projecten. In Projectie, december 2010.
- Roel Riepma: Community Planning in het klein en in het groot. In Projectie, december 2010
- Arthur Rörsch: De staat van het klimaatonderzoek 2008. www.platteland-in-perspectief.nl
- Michiel Schoemaker: De metamorfose van werkgemeenschappen. Inaugurele rede, 4 september 2003, Radboud Universiteit Nijmegen.
- J.A.M. Vennix: Kennis: geven en nemen. Inaugurele rede, 18 september 1998, Katholieke Universiteit Nijmegen.
Tags: onderzoek, projectsucces, wetenschap
13 Reacties
Laatste toevoeging:
PM is toe aan een nieuw paradigma. ‘Binnen het paradigma dat we momenteel hanteren, weten we hier geen oplossing voor’ (vrij vertaald uit boek ‘Pardigma’s’ van Barker)
Beste Steven,
Dat Projectmanagement een vakgebied in ontwikkeling is, wil ik best geloven, maar lijkt me een wat magere verklaring voor wat ik ‘het leed’ heb genoemd. Even wat voorbeelden uit de begindagen van dat vakgebied (ik garandeer niet dat ik volledig ben).
Vanuit de praktijk:
1968 Het eerste Engelse handboek Project Management van D. Lock
1969 Het eerste boek in Nederland over projectmatig werken van Twijnstra & Duijs over De Organisatie van het Bouwproces
1979 Het eerste handboek in Nederland van Koolma & Van de Schoot, gevolgd door Van der Schoot & Wijnen (1980) en Wijnen, Renes & Storm in (1984) en daarna nog een flinke handvol
1989 Eerste publicatie over Project Management als professie (PMI).
In de Wetenschap:
1971 De eerste wetenschappelijke studie door Van Doorn & De Luscuere over De Projectorganisatie
1981 Eerste HRM-congres over Project Management in Zürich Zwitserland
1988 De eerste hoogleraar, Olivier aan de EUR
1990 Het eerste proefschrift van De Laat “Een kwestie van vertrouwen” (RUG).
Het vakgebied is dus al 40 jaar in ontwikkeling!
Okay Steven, ik zal wat geduldiger zijn.
Overigens: ik zie uit naar je boek over Kennismanagement en mag er gelukkig vanuit gaan dat dit gebaseerd zal zijn op stevig (wetenschappelijk) onderzoek (vergeet dat van Ton Bruining en mij niet).
P.S.: Het artikel van Arnold Godfroij, waarnaar je verwijst ken ik uiteraard. Ik zat in de zaal bij zijn afscheidsrede en heb dus ook de volledige tekst. Ik publiceerde ook zelf over dit onderwerp, samen met Karin Sanders in Develop nr 4 2006.
Dag Teun, I’ve thought things over…
Al langer zien we dat we niet enkel meer vertrouwen en acteren op basis van een wetenschappelijke knowledge base. Positivisme maakt plaats voor social constructivisme, waarbij we in interactie met elkaar kennis ontwikkelen en eigen betekenis geven aan onze waarnemingen. Deze beweging lijkt onomkeerbaar.
Verschillende malen ben ik geswitched tussen wetenschap en consultancy en heb me in de advieswereld afgevraagd waarop we een advies baseren. In ieder geval niet louter op basis van wetenschappelijke gevalideerde betrouwbare kennis, inzichten en methoden. Maar waarop wat dan wel? Waarop vertrouwen we een advies, eigen keuzes die we maken in ons werk, bv als projectmanager?
Een relatief nieuw denken als tegenwicht op of uitdaging naast het instrumentele en mechanisch denken van wetenschappelijke knowledge base (‘de waarheid’) is de stroming ‘normative professionalism & professionalizing’. Waarbij normen (ethisch handelen) van professionals ter hand worden genomen en worden bediscussieerd over ‘wat goed is’. zie http://studentenweb.uvh.nl/Media/download/9395/NP%202.1%2010-11.wb.pdf
Verschillende beroepsgroepen van professionals zoals docenten, artsen en rechters zijn aan het experimenteren met dit denken. Blijkbaar verbeteren we projectmanagement niet enkel door wetenschap naar binnen te fietsen en komen we niet tot een ander paradigma voor projectmanagers.
Nemen ook projectmanagers de handschoen op om aan de slag te gaan met ‘normative professionalism & professionalizing’? Ik denk graag mee.
‘Dus nee, het boekje ‘Kennismanagement in projecten’ dat binnenkort verschijnt is dus geen wetenschappelijk epistel, maar juist een praktisch boekje dat hopelijk wel aansluit bij de belevingswereld van projectmanagers.
Beste Teun
Een mooie lijst van literatuur met vondsten die voor de praktijk interessant zijn. Mooi werk!
De vraag die bij mij opkomt is: Verschaffen die vondsten inderdaad houvast; zijn ze bekend bij projectmanagers? Worden ze gebruikt? Blijken ze dan te werken?
De kloof tussen professionals en wetenschappers moet overbrugd worden door uitwisseling van vondsten en ervaringen, discussie, meningsvorming en uitproberen. Een altijd wat chaotisch proces dat we met behulp van de nieuwe media kunnen versnellen. Hoe meer een wetenschapper daaraan meedoet des te meer aandacht zullen zijn vondsten krijgen. “De publicatie is de interactie”. Verschillende artikelen op deze site, bijvoorbeeld de recensie van ‘Projectmatig werken: de basis’, vind ik daar reeds aan bijdragen.
Voortbouwend op jouw artikel zie ik meerdere mogelijkheden. Zo heeft Nicoline al aangekondigd om enkele van de door jou genoemde auteurs om een bijdrage voor deze site te vragen. Daarnaast staat jouw onderzoeks-agenda van 5 punten open voor wetenschappers en praktijkmensen. Het zijn heel herkenbare vraagstukken waar juist praktijkmensen de nodige ervaringen en ideeën over hebben.
Allemaal mogelijkheden om wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen; ik hoop van harte dat die interactie van de grond gaat komen.
Daarnaast heb ik het idee dat uitwisseling tussen professionals, zonder dat wetenschappers meedoen, goed bruikbare kennis kan opleveren. Het onderscheid tussen wetenschap en praktijk blijkt soms vaag; beide werelden kunnen ook in elkaar overgaan.
Beste Steven en Willem, jullie overtuigen me geen van beiden in de waarde van ervaringsuitwisseling van professionals onderling voor de vooruitgang van ons vakgebied. Als dat wel zo zou zijn, en ik benadrukte dat al eerder, dan snap ik echt niet waarom al tientallen jaren projecten op dezelfde manier mis blijven gaan, terwijl aan ervaringsuitwisseling bepaald geen gebrek is. Samen met wetenschappers aan de slag lijkt me veel vruchtbaarder en gebeurt m.i. nu te weinig. En met wetenschap bedoel ik echt niet alleen de positivistische wetenschapsbeoefening, zoals ik aan de voorbeelden in mijn artikel liet zien (deze opmerking is vooral voor Steven bedoeld). Was het niet Kurt Lewin die heeft gezegd dat niets zo praktisch is als een goede theorie? Dus een ‘praktisch boekje’, zoals Steven zijn boek noemt, zou dus wat mij betreft bij voorkeur op veel getoetste theorie kunnen bestaan, getoetst niet alleen met behulp van positivistische methoden en technieken.
Het idee van Nicoline om meer wetenschappers nadrukkelijk uit te nodigen op deze site te schrijven is een kolfje naar mijn hand, dat zal duidelijk zijn.
Beste Teun
Dat kennis niet ‘automatisch’ in de praktijk gebruikt wordt, geldt dat ook niet voor de wetenschappelijke kennis waar jij op doelt?
De kloof tusen wetenschap en praktijk is in de management wetenschappen alleen maar gegroeid zoals Arnold Godfroij uitvoerig heeft betoogd in http://bit.ly/9qePHK
Commerciele belangen, te weinig aandacht en commitment van verantwoordelijke opdrachtgevers, politieke factoren en bureaucratische aanbstedingsprocedures zijn voorbeelden van factoren die de verspreiding en toepassing van kennis kunnen belemmeren. Vooral kennis vanuit ‘de ivoren toren’ is gemakkelijk te negeren.
Ondertussen zit men in de praktijk niet stil. Ik zie wel degelijk op allerlei terreinen professionals hun expertise verder ontwikkelen vanuit ervaringen en onderlinge uitwisselingen.
Ervaringsuitwisseling is een goede zaak en degenen die dat doen profiteren daar in eerste instantie het meeste van. Of het ons vakgebied verder helpt durf ik, samen met Teun, te betwijfelen.
Voor deze stelling zijn wel een aantal argumenten aan te dragen: er is relatief gezien maar een kleine groep die hun hele leven projectmanager blijven, dus de uitgewisselde ervaring komt eerder henzelf ten goede dan dat het een wezelijke bijdrage aan de vooruitgang van het vakgebied leidt. Daarnaast komen er aan de onderkant van de ladder weer nieuwe junior projectmanagers, die al ervaringsuitwisselend het wiel opnieuw uitvinden.
Ik denk dat de wetenschap de hoeder van de kennis en ervaring die we op dit vakgebied opdoen zou moeten zijn. Gesteld dat er zoiets zou kunnen bestaan als een projectmanagementwetenschap. Maar wetenschap bouwt voort op vorige ontdekkingen, voorspelt, valsifieert en komt met vernieuwende inzichten. Ervaringsuitwisseling kan dat nooit omdat er geen voortgaande lijn is, waarin het ervaringsstokje wordt doorgegegeven. In de wetenschap zou dit wel zo kunnen zijn.
In ieder geval denk ik dat we van de wetenschappers mogen verwachten dat ze pseudowaarheden aan de kaak stellen en Teun is een van de weinigen die dit van tijd tot tijd doet. Ik vind het een strakke actie, dat hij elders op deze site een boekje zondermeer ‘teleurstellend’ noemt, de reactie daarop was ronduit aandoenlijk te noemen. Het zou de ontwikkeling van projectmanagement ten goede komen als we iets vaker zouden zeggen dat de keizer geen kleren aan heeft
Beste Teun,
Bij jouw statement dat de kloof tussen wetenschap en praktijk in ons vakgebied te groot is kan ik mij zeker aansluiten. Jij noemt drie wegen om dit te verbeteren maar benoemt m.i. niet de reden van ‘de kloof’.
Mijn specialisatie is projectplanning dus werd ik blij toen ik in je overzicht het onderzoek van Hans Vrolijk ‘Methoden en regels voor projectplanning….’ zag staan. Ik ben dan ook direct op zoek gegaan naar dit onderzoek en vond dit, leve het internet, snel terug (http://tinyurl.com/5v5f86z).
Wat ik vond was een voor mij moeilijk te doorgronden document van 212 bladzijden (met appendices) vol met verwijzingen naar andere wetenschappelijke literatuur en aangehaalde teksten. Ongetwijfeld, dat hoop ik tenminste, bevat het document waardevolle informatie en ik heb dan ook de intentie om het, tussen de projecten door, inhoudelijk tot mij op te nemen. Als de opsteller echter afsluit met de zin “Verder onderzoek dient gericht te zijn op de praktische waarde van kennissystemen ….” ben ik bang dat ik hiermee wel even zoet zal zijn.
De kloof tussen wetenschap en praktijk en dus even groot als de kloof tussen de burger en de politiek. Ik hoop dat wetenschappelijke deelname op deze site leesbare en praktische bijdragen zal opleveren, maar vraag het mij af.
Teun, ben jij degene die deze kloof voor ons weet te overbruggen?
Ed, ik dacht toch met mijn 5 punten aan het begin van mijn artikel een aardige opsomming van (mogelijke) oorzaken te hebben genoemd. Ook Willem Mastenbroek noemt (mogelijke) oorzaken.
Het lijkt me trouwens ook wel een onderzoek waard naar deze oorzaken, want pas als we die hebben getoetst, kunnen de maatregelen de kloof te dichten gericht zijn op het wegnemen daarvan. Omdat ik behoorlijk overtuigd ben van mijn hypothesen, op basis van 30 jaar ervaring in de praktijk en de wetenschap van projectmanagement, zijn mijn voorstellen op die oorzaken gericht. Het zou aardig zijn als Willem, die zijn hyppothesen óók baseert op een schat aan ervaringen in de praktijk en de wetenschap, ook voorstellen deed, die gericht zijn op het aanpakken van de door hém veronderstelde oorzaken.
Jan Hermabrij ziet volgens mij heel scherp de waarde van ervaringsuitwisseling (in eerste instantie voor het individu) en van de wetenschap (hoeder van kennis en ervaring).
En wat je slotvraag betreft: dat is wel mijn inzet van mijn beide recente publicaties op deze site. En ik hoop dat Nicoline erin slaagt wetenschappers in ons vakgebied over te halen tot publicaties op deze site.
Beste Teun
De kern van onze discussie hier is het mobiliseren van wetenschappers voor relevant onderzoek. Onderzoek dus waar men in de praktijk wat aan heeft. Inderdaad: “Niets is zo praktisch als een goede theorie!”. Ik zie in dat verband tevens de noodzaak van een goede aansluiting bij de ‘community van professionals’ omdat kennis over beter managen en organiseren pas tot wasdom komt in een sociaal leerproces van interactie, toepassing en uitwisseling.
De door ons beiden vermelde Arnold Godfroij ziet dat niet zo gauw gebeuren. De kloof wordt eerder groter dan kleiner.
Ik denk dat dit zo niet door kan gaan. We zullen de plekken in de academische wereld moeten zien te vinden waar men wel degelijk bezig is met kennis die houvast biedt in de praktijk. Ik denk in dit verband allereerst aan de Academische Business Schools, de Hogescholen met management opleidingen en enkele postacademische opleidingen.
Er is al met tal van wetenschappers als redacteur of auteur van het ManagementSite Netwerk een samenwerking op persoonlijke basis. Ook de inspanningen van Nicoline op deze site getuigen daarvan.
Recent ben ik de mogelijkheid gaan verkennen om daar een fundament onder te leggen door met geinteresseerde instellingen een vorm van samenwerking aan te gaan. Hints en suggesties zijn welkom.
Willem Mastenbroek
Hoofdredacteur ManagementSite.nl
Beste Teun,
Dank voor je mooie woorden en prachtige artikelen. Bronnen voor NZCHT.
Al mijn hele leven lang train ik als praktijkman mensen in de beroepspraktijk.
Ik hou van de puzzels die ze tegenkomen bij de uitoefening van hun beroep. Ik hou ervan te zien hoe ze zich worstelend ontwikkelen om er het beste van te maken.
Middenin die worsteling wandel ik nieuwsgierig, aandachtig en betrokken mee. Net als Socrates stel ik vragen, vragen en nog eens vragen …, zodat ze bij zichzelf te rade gaan: “Wat is hier aan de hand?”
Ik hou van praktijkonderzoek. Let wel: dat is iets totaal anders dan wetenschappelijk onderzoek (fundamentele theorie) of toegepast onderzoek (kijken of een theorie werkt). De praktijkonderzoeker stelt “de handelingsverlegenheid” centraal (Harinck, 2010). PS: ik ken Frits goed en hij is jarenlang wetenschappelijk onderzoeker geweest.
De vraag die ik stel: “hoe zorg ik ervoor dat praktijkmensen op zoek gaan naar (iets meer) valide antwoorden op hun handelingsverlegenheid.” Ik schrijf bewust tussen haakjes “iets meer”, want geen enkele praktijksituatie is gelijk en projecten zullen dan ook altijd goed of minder goed blijven gaan.
Kunnen we dan niet leren van onderzochte en gevalideerde voorbeelden?
Jij weet dat ik een nieuwsgierig mens ben en wetenschappelijke bronnen zoek, die de praktijkmens mogelijkerwijs kan inzetten/toepassen als een mogelijk antwoord op de ervaren handelingsverlegenheid. Als een aha-erlebnis van: “o, zo heb ik mij eigen vraag nog nooit gedacht, gezien, gevoeld … laat ik het gaan doen, laat ik het mee gaan nemen in de aanpak, laat ik het doen … laat ik erover gaan schrijven!” Stel dat meerdere praktijkmensen dit zouden doen, dan ontstaat er een “ervaringsbasis” die ontstaan is vanuit praktisch handelen gebaseerd op reflectief onderzoeken: van “oeps, heb ik dat” naar “aha, dat kan ook”.
Jij verwijst in je schrijven naar het interview dat ik had met professor van Marrewijk – wow, wat een mooi gesprek – die ik naadloos begreep en aanvoelde. Een week later, zelfde tijdschrift, zit ik om tafel met Floris Schrijvers van woningbouwvereniging Vivare – wow, wat een mooi gesprek – en hoor de zin nog naklinken: “Roel als je de uitvoerende projectleider al niet heel erg vroeg in de definitie- en ontwerpfase meeneemt in het project, dan zal hij het project nooit ten diepste begrijpen.” Twee keer dezelfde boodschap: “fase-overgangen worden succesvol als mensen tijd en ruimte nemen om elkaar het leidend verhaal onder het project te laten begrijpen.” Floris leert me dat uit de praktijk. Alfons leidt het af uit gevalideerd onderzoek. En ook: altijd zullen er situaties te vinden zijn waar het niet werkte/werkt.
Mijn verhaal en ondersteuning aan praktijkmensen is desondanks het en ook: “Doorgrond de handelingsverlegenheid, zie deze haarscherp onder ogen, en ga als reflectieve praktijkonderzoeker op zoek naar theorie en praktijkbronnen – ook de mensen erachter – die jou kunnen ondersteunen om antwoorden te vinden op je vragen.” Ofwel: zoek de wetenschap en je ervaren collega op!
Mijn verhaal aan wetenschappers is: “Kijk grondig en te valideren gestructureerd in de praktijk. Publiceer je werk zowel als bron voor de wetenschap als als bron (tot de kern herschreven) voor de beroepspraktijk.” Ofwel: deel je bevindingen met de praktijk!
Zelf vervul ik in dit proces een bemiddelende rol, waarbij gevonden praktijk waarheden vaak even ondersteunend kunnen zijn dan de wetenschappelijke waarheden. Beide vormen ze bronnen voor het oplossen – soms tijdelijk (oeps, ik heb een symptoom bestreden), vaak structureel (yes, ik zat met m’n analyse dicht bij de oorzaak) -
van handelingsverlegenheid.
In alle situaties gaat het om haarscherp waarnemen, helder analyseren en leren van andere analyses, bewust onderbouwd en tegelijkertijd ook op gevoel keuzen maken en … durven DOEN! De effecten van dit doen, leveren weer prachtige situaties (that’s life, niemand overziet alles) op van nieuwe handelingsverlegenheid … of niet en dus yes, geslaagd handelen! Indien “geslaagd” dan is dit geen waarheid voor nieuwe situaties, die immers altijd anders (andere mensen, andere omgeving, andere historie, ..) zullen zijn. Leren doen we derhalve een leven lang. Kennis en ervaring zijn krukken om op te steunen, maar steeds opnieuw zal de situatie uitgevonden moeten worden. Doe je dat niet, dan … Nou ja, denk aan het huidige Nokia, die te lang vertrouwde op haar voorsprong en nu weer terug moet knokken. Even vergeten haarscherp waar te nemen.
Door waarnemen, analyseren, leren, onderbouwen, aanvoelen, besluiten (yes we can) en doen, blijft het leven een prachtige reis voor ieder mens, zowel de wetenschapper als de praktijkmens. En het vertellen over deze reis – delen van waardevolle/betekenisvolle verhalen – tilt nieuwe ideeën naar boven, die een krachtige, inspirerende impuls kunnen zijn voor waardevolle, nieuwe ontwikkelingen. Het zijn nieuwe bronnen voor nieuwe onderzoeken en/of aangepaste praktijken. Bronnen voor nieuwe reizen.
Een levenshouding die het voorgaande beter omschrijft dan ikzelf ooit kan doen, zijn de zeven levensprincipes van Da Vinci, waarmee ik afsluit:
1. Curiositá – Een onverzadigbaar nieuwsgierige benadering van het leven en een niet aflatend streven naar permanent leren.
2. Dimostrazione – Een voornemen om kennis te toetsen aan ervaring, volharding, en een bereidheid om van fouten te leren.
3. Sensazione – De voortdurende verfijning van de zintuigen, met name het zien, als middel om de ervaring te verlevendigen.
4. Sfumato – Een bereidheid om dubbelzinnigheid, paradoxen en onzekerheid te verwelkomen.
5. Arte/Scienza – De ontwikkeling van het evenwicht tussen wetenschap en kunst, logica en verbeelding. Denken met beide hersenhelften.
6. Corporalitá – Het aankweken van gratie, handigheid, conditie en houding.
7. Connesione – De erkenning en waardering van het onderlinge verband tussen alle dingen en verschijnselen. Systeemdenken.
Wetenschapper en Praktijkmens – Teun ik herken in jou beide! – ik wens jullie onnoemlijk veel plezier op jullie reis naar het vinden van mogelijke antwoorden op lastige vragen. Blijf nieuwsgierig. Blijf leren (ook van successen). Blijf je zintuigen verfijnen. Blijf denken met geheel je hoofd en hart. Blijf je fysieke intelligentie ontwikkelen, het lichaam weet zoveel. Blijf verbanden zien.
Hartelijke groet,
Roel.
Een interessante discussie over wetenschap en praktijk in projectmanagement. Ik ben zelf pas sinds kort geïnteresseerd in projectmanagement en ben me nog aan het inlezen, maar als bedrijfseconoom herken ik een aantal tendsen die ook in mijn vakgebied, management accounting en control, zichtbaar zijn. Bepaalde projectmanagementmethoden worden door consultants zwaar gepushed met kreten als “hoe realiseer je het beste resultaat in de kortst mogelijke tijd”, waarna een verhaal volgt over evolutionair projectmanagement, “Managen van succesvolle projejecten met PRINCE2″ en “Projectmatig Creëren dekt het projectspectrum het meest af”, wat zou blijken uit een onderzoek van Berenschot.
Zoals gezegd, in de management accounting kennen we deze kreten ook: aan kop met de Balanced Scorecard, alsof een managementinformatiesysteem daarvoor zou kunnen zorgen, en “traditionele kostprijssystemen helemaal fout” om activity-based costing aan de man te brengen. Leuk allemaal, en soms werken die methoden ook best goed. Maar wanneer ze goed werken, hangt helemaal van de omstandigheden af! Ik kan men niet voorstellen dat een bureaucratisch systeem als PRINCE2 in ALLE gevallen goed werkt, maar in sommige gevallen lijkt het me een prima methode. In andere gevallen is GOTIK of Projectmatig Werken wellicht beter geschikt. Wat mij betreft zou wetenschappelijk onderzoek zich in eerste instantie daarom moeten richten op contingentiefactoren die van invloed zijn op de keuze van de managementmethode. Als we weten in welke situatie ( afhankelijk van bijoorbeeld looptijd, complexiteit, noodzakelijke creativiteit, omvang en samenstelling projectgroep, type User etc.) welke aanpak het beste is, dan kan gericht gezocht worden naar verbetering van de tools of tools worden geschrapt. Nu geven we alle projectmanagers een cirkelzaag (bijvoorbeeld PRINCE2) die we steeds verder verfijnen en als het dan niet lukt met het project – men past bijvoorbeeld bepaalde dingen niet toe omdat ze er niets aan hebben – dan zeggen de “experts” en trainers: PINO! Maar misschien moeten we wel schroevendraaiers of nijptangen adviseren in bepaalde situaties.
Groet,
Theo van Houten


Dag Teun,
Met belangstelling volg ik de discussie over ‘Het leed dat projectmanagement’ heet. Dank voor je uitgebreide bijdrage en meer genuanceerde stellingname over de kloof tussen tussen praktijk en wetenschap, in het bijzonder deze binnen projectmanagement. De strubbelingen horen bij een vakgebied in ontwikkeling, denk ik. De een probeert wat, de meesten doen een ander na en weer een ander formaliseert het in een model of frame. En na een tijdje komen we er achter dat niet alles werk in dezelfde situatie. Wat werkt wel in welke situatie? Dat heet ontwikkeling, zo ook van het ‘vak’ projectmanagement.
Als organisatiewetenschapper en -adviseur constateer ik dat het bewegen in twee werelden vaak leidt tot een spagaat; de ene wereld (wetenschap) begrijpt de ander (praktijk) niet. Raken we hier niet ook verschillende leerstijlen van beroepsgroepen?
Wetenschappers en praktijkmensen kunnen zo veel leren van elkaar! Hoe leren we van elkaar? Onder andere door dit mooie platform. ‘t Komt vast goed met projectmanagement; ‘t duurt nog even…..
Ik ga me snel in je linkjes verdiepen en werk intussen door aan het boekje ‘Kennismanagement in projecten’ dat binnekort uitkomt. Met z’n allen komen we er wel; kennismanagement over projectmanagement. De trektocht is mooier dan de reis…
Onderstaand de link naar het afscheidscollege van prof. dr. Godfroij over de managementwetenschappen. http://www.managementsite.nl/9578/strategie-bestuur/kloof-tussen-theorie-praktijk.html