Er zijn voldoende kanttekeningen te plaatsen bij de wijze waarop het opdrachtgeverschap in organisaties wordt ingevuld. Falend opdrachtgeverschap is een veelvoorkomende oorzaak van het mislukken van ICT-projecten. Toch is dit maar een deel van het verhaal. Want we kunnen ook kanttekeningen plaatsen bij de (veronderstelde) invloed van opdrachtgevers op het verloop van projecten.Hoeveel invloed kan de opdrachtgever in zijn organisatie en in de omgeving uitoefenen op de randvoorwaarden voor het project? Kan hij besluiten nemen namens het college of het management? Wat is de betekenis van zijn mandaat? Welke gemeenschappen mag hij vertegenwoordigen en hoe zijn deze verbonden? We hebben de neiging bij projecten de invloed van de bovenstroom te overschatten. Papier is geduldig. Een opdrachtgever vertelde ons over zijn eerste ervaringen. De projectmanager rapporteerde tweewekelijks over de voortgang. De projectmanager verwachtte (begrijpelijk) van de opdrachtgever dat hij zorgde voor steun binnen de organisatie. De opdrachtgever vond het project ook belangrijk. Maar hoe kon hij voor steun zorgen? Dat bleef hem tot het eind een raadsel. Hij deed zijn best. Zolang zijn collega’s ruimte gaven ging het goed, maar toen het project zijn voltooiing naderde konden zij het niet nalaten invloed uit te oefenen. Dat maakte het opdrachtgeverschap er nog moeilijker op.
Vele opdrachtgevers die wij sindsdien heb gesproken en ondersteund herkennen dit verhaal. De gemeenschappen laten het lange tijd aan individuele opdrachtgevers over hoe zij hun rol vervullen en welke bevoegdheden zij gebruiken (of niet), totdat …
Met publiek elan!
Taaie processen, onverwachte wendingen en praktische resultaten.
M. Louweret | Uitgeverij Dialoog | 2010
ISBN 978 94 90061 05 0
Tags: opdrachtgever, overheidsprojecten, praktijk, programma's

